ECLI:NL:RBDHA:2024:13007
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft op 28 december 2022 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden en een geldige ingebrekestelling op 24 april 2024, stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en dat het beroep daarom kennelijk gegrond is. De rechtbank wijkt af van het gebruikelijke 8+8-wekenmodel en stelt een uiterste beslistermijn van 23 november 2024 vast, waarbij de minister op zorgvuldige wijze een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 7.500,- voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. De minister wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50.
De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en is zonder zitting uitgesproken conform artikel 8:54 Awb Pro. Eiser wordt geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot het nemen van een besluit op de asielaanvraag uiterlijk 23 november 2024 en legt een dwangsom op bij overschrijding.