ECLI:NL:RBDHA:2024:13025
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit mvv nareis met oplegging dwangsom
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. De aanvraag werd ingediend op 1 mei 2023, waarna de minister de beslistermijn verlengde met drie maanden, waardoor uiterlijk 30 oktober 2023 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiseres stelde de minister op 2 november 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 15 januari 2024 beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500. De rechtbank stelt vast dat de minister reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres.
De uitspraak is gebaseerd op eerdere jurisprudentie waarin de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak hebben geoordeeld dat bij mvv-aanvragen nareis sprake is van bijzondere gevallen die een langere beslistermijn rechtvaardigen. De minister wordt opgedragen alsnog binnen de gestelde termijn een besluit te nemen, met inachtneming van de opgelegde dwangsommen en kostenveroordelingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.