ECLI:NL:RBDHA:2024:13168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is op 22 juni 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk gesloten op 14 augustus 2024.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek op 10 juli 2024 rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de periode daarna. Eiser stelde dat er onvoldoende voortvarend werd gehandeld en dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn.
Uit de voortgangsrapportage bleek dat de autoriteiten twee keer rappelleerden bij de Algerijnse instanties en dat er twee vertrekgesprekken met eiser zijn gevoerd. De rechtbank achtte dit voldoende voortvarend handelen. Tevens was er geen aanwijzing dat het zicht op uitzetting binnen zes maanden was verdwenen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.