ECLI:NL:RBDHA:2024:13212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen ophouding op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eiseres, van Venezolaanse nationaliteit, werd op 15 juni 2024 opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) vanwege een controle in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) omdat zij zonder vergunning een seksbedrijf uitoefende. Eiseres stelde dat de ophouding onrechtmatig was en verzocht om een schadevergoeding van €100.
De rechtbank stelt vast dat de ophouding feitelijk een strafrechtelijke aanhouding betrof, die niet in deze bestuursrechtelijke procedure beoordeeld kan worden. Verweerder erkende dat de ophouding op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw had moeten plaatsvinden omdat de identiteit van eiseres nog niet was vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat deze onjuiste grondslag geen nadeel voor eiseres opleverde en past artikel 6:22 Awb Pro toe om het gebrek te passeren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Wel veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €1.750,- volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, met veroordeling van de minister in de proceskosten.