ECLI:NL:RBDHA:2024:13266
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling wegens risico op onttrekking aan toezicht
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, heeft op 2 augustus 2024 een asielaanvraag ingediend en is daarop in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder legde de maatregel op vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en het belang van het verkrijgen van noodzakelijke gegevens voor de asielprocedure.
Hoewel de maatregel ten onrechte is ondertekend namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in plaats van de minister van Asiel en Migratie, wordt dit gebrek gepasseerd omdat de ondertekening door een bevoegde ambtenaar is verricht en eiser hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. Eiser betwist de gronden voor bewaring niet; deze zijn feitelijk juist en voldoende gemotiveerd.
Eiser stelde dat de informatiebrief niet voldeed aan artikel 5.3 van het Voorschrift vreemdelingen, maar de rechtbank oordeelt dat dit gebrek niet leidt tot onrechtmatigheid omdat eiser tijdens het gehoor met een tolk is geïnformeerd en zijn gemachtigde de maatregel heeft ontvangen en besproken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.