Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2024 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Namens verweerder zijn mr. [naam 2] en [naam 3] verschenen.
Overwegingen
Geschil4. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en naar een juist bedrag is opgelegd. Tevens is in geschil of de hoorplicht is geschonden en of recht bestaat op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 218,75;
- draagt verweerder op om de toegekende vergoedingen te betalen op een bankrekening die op naam staat van eiser.