Belanghebbende heeft een naheffingsaanslag BPM van €4.591 ontvangen na een hertaxatie door de Dienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ). Hij betwistte de aanslag en stelde onder meer dat de schadeaftrek onjuist was, dat het Unierecht werd geschonden en dat het griffierecht onrechtmatig was.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, kende een immateriële schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en wees de overige vorderingen af. Belanghebbende stelde hoger beroep in.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Het oordeelde dat nationale rechters bevoegd zijn het Unierecht uit te leggen zonder verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. De naheffing was rechtmatig en niet in strijd met het Unierecht, de schadeaftrek van 72% was redelijk en voldoende onderbouwd, en het griffierecht was niet in strijd met Unierechtelijke beginselen. Het beroep werd ongegrond verklaard.