ECLI:NL:RBDHA:2024:13304
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen afwijzing VOG-aanvraag niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Eiser diende een aanvraag in voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), die door verweerder op 13 oktober 2023 werd afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. Eiser stelde dat het bezwaar tijdig was ingediend op 24 november 2023, maar de poststempel en ontvangststempel wezen uit dat het bezwaar pas op 27 en 28 november 2023 bij verweerder aankwam.
De rechtbank oordeelde dat de datumstempel van PostNL bepalend is voor de datum van terpostbezorging en dat het moment van in de brievenbus doen niet als datum van postbezorging geldt. De termijnoverschrijding werd daarom als niet verschoonbaar beoordeeld, mede omdat eiser het besluit pas op 24 november ontving en hij en zijn gemachtigde het risico namen dat het bezwaar na de lichting werd gepost. Ook had eiser de mogelijkheid om het bezwaar online in te dienen, wat niet is gedaan.
Omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, kon geen belangenafweging plaatsvinden. De rechtbank verwierp het beroep en wees het griffierecht en proceskostenvergoeding af. De uitspraak benadrukt dat eiser een nieuwe aanvraag kan indienen en informeert over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van het bezwaar.