ECLI:NL:RBDHA:2024:13494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag vanwege ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende bewijs moord vader
Eiser diende op 19 oktober 2021 een asielaanvraag in, die de minister op 21 mei 2024 afwees als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 28 juni 2024 en oordeelde dat de minister terecht rekening hield met de psychische problematiek van eiser tijdens het gehoor.
De rechtbank stelde vast dat de minister de verklaringen van eiser over zijn identiteit en de moord op zijn vader terecht ongeloofwaardig achtte, mede vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van ondersteunende documenten. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zijn psychische klachten deze tegenstrijdigheden verklaren. Ook werd geen aanleiding gezien om het traumatabeleid toe te passen of de behandeling van de asielaanvraag uit te stellen in afwachting van medisch advies.
De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht afwees als kennelijk ongegrond en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag.