ECLI:NL:RBDHA:2024:13500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring en toekenning schadevergoeding wegens niet tijdige omzetting
Eiser maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op 5 april 2024 en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had eerder al over de bewaring geoordeeld en de minister had de maatregel op 17 mei 2024 opgeheven.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring onrechtmatig was voortgezet na het sluiten van het onderzoek op 7 mei 2024 tot de opheffing op 17 mei 2024. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat een eerdere aanvraag om toetsing EU-recht misbruik van recht was, maar sprak zich niet uit over schadevergoeding.
De maatregel werd niet tijdig omgezet na een op 6 mei 2024 ingediende aanvraag tot toetsing van artikel 8 EVRM Pro, wat leidde tot onrechtmatigheid. De minister stelde voor de schadevergoeding te matigen omdat eiser de aanvraag niet op de juiste plaats had ingediend en onvoldoende schadebeperkend had gehandeld. De rechtbank volgde dit standpunt en matigde de schadevergoeding tot de helft.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van €450,- schadevergoeding en vergoedde tevens de proceskosten van €1.750,- aan eiser. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank kent een gematigde schadevergoeding toe van €450,- wegens niet tijdige omzetting van de maatregel van bewaring en verklaart het beroep gegrond.