ECLI:NL:RBDHA:2024:13542
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken gezinsleven volgens artikel 8 EVRM
Eisers, familieleden van referente met de Eritrese nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank had eerder het besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar gezinsleven en belangenafweging, maar in het bestreden besluit stelde verweerder dat geen gezinsleven bestond tussen referente en haar ouders, meerderjarige broer en minderjarige broers en zussen.
Verweerder baseerde dit op het ontbreken van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en hechte persoonlijke banden, mede vanwege de jonge leeftijd van de jongste broers en zus bij vertrek van referente en het feit dat referente al sinds 2016 niet meer met hen samenwoont. Eisers voerden aan dat het vertrek van referente niet vrijwillig was, dat de afhankelijkheid onvoldoende was onderzocht en dat de belangenafweging onjuist was.
De rechtbank oordeelt dat het eerdere oordeel over het ontbreken van gezinsleven tussen referente en haar ouders, meerderjarige broer en jongste zus in rechte vaststaat. Ook is vastgesteld dat het vertrek van referente geen vluchtsituatie betrof. De rechtbank bevestigt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat geen hechte persoonlijke banden bestaan met de overige minderjarige broers en zus, en dat een verdere belangenafweging niet aan de orde is. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van gezinsleven.