Eisers, familieleden van een verblijfsvergunninghouder, vroegen om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging. De minister wees de aanvragen af op grond van het jongvolwassenenbeleid en het ontbreken van hechte persoonlijke banden, met een belangenafweging die in het nadeel van eisers uitviel.
Tijdens de zitting wijzigde de minister zijn standpunt over de aanwezigheid van hechte persoonlijke banden tussen de referent en twee eisers, maar de rechtbank constateerde dat de belangenafweging niet deugdelijk was gemotiveerd en dat relevante omstandigheden onvoldoende waren betrokken.
De rechtbank oordeelt dat het jongvolwassenenbeleid correct is toegepast ten aanzien van eiser I, maar dat voor eiseres I en eiser II het besluit wordt vernietigd vanwege het motiveringsgebrek in de belangenafweging. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om griffierechtvrijstelling toe en veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres I en eiser II. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 23 augustus 2024.