ECLI:NL:RBDHA:2024:13727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor haar echtgenoot en kinderen in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 14 september 2023, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden is verlengd. Verweerder had uiterlijk op 13 maart 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde verweerder op 29 maart 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 16 april 2024 het beroep in, dat tijdig en kennelijk gegrond is.
De rechtbank stelt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. Verweerder moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, dan binnen twintig weken.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en proceskosten.