Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten ter hoogte van
Rechtbank Den Haag
Eiser had beroep ingesteld tegen het besluit van 25 augustus 2023 waarin de tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG werd beëindigd.
Verweerder trok het bestreden besluit bij brief van 8 februari 2024 in. De rechtbank vroeg eiser vervolgens of hij het beroep wilde handhaven, maar eiser reageerde niet.
De rechtbank oordeelde dat eiser daardoor geen belang meer had bij het beroep, waardoor het kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Wel veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van € 875, omdat het beroep bij indiening terecht was.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier S. Mohandes en openbaar gemaakt op 28 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na intrekking van het besluit.