ECLI:NL:RBDHA:2024:13838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking Dublinbesluit wegens tijdsverloop
Verzoeker had beroep ingesteld tegen een Dublinbesluit van 21 september 2023. De minister trok dit besluit op 13 februari 2024 in, omdat de overdracht aan de autoriteiten van een ander land niet binnen de gestelde termijn kon plaatsvinden. Verzoeker trok daarop zijn beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft beoordeeld of de intrekking van het besluit een tegemoetkoming aan verzoeker vormde, wat een grond zou zijn voor proceskostenvergoeding. De minister stelde dat de intrekking het gevolg was van tijdsverloop en geen tegemoetkoming. Verzoeker voerde aan dat ook medische redenen een rol speelden.
De rechtbank volgde de minister en concludeerde dat het in behandeling nemen van de asielaanvraag geen tegemoetkoming is, maar een gevolg van tijdsverloop. Medische redenen waren niet gebleken. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag, locatie Groningen, zonder zitting. Verzoeker kan binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de intrekking van het Dublinbesluit geen tegemoetkoming aan verzoeker vormde.