ECLI:NL:RVS:2023:4343
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was. De vreemdeling deed tijdens de procedure aangifte van mensenhandel, die werd aangemerkt als een aanvraag voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden, welke werd afgewezen.
De staatssecretaris stelde dat de overdrachtstermijn was opgeschort door het bezwaar van de vreemdeling tegen deze afwijzing, maar de Raad van State oordeelde dat dit bezwaar de overdrachtstermijn niet opschort. De termijn verliep derhalve op 23 april 2020, waarna Nederland verantwoordelijk werd voor de asielaanvraag.
Omdat de vreemdeling met het verlopen van de overdrachtstermijn heeft bereikt wat hij met het hoger beroep beoogde, namelijk dat Nederland de aanvraag behandelt, is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden vanwege het tijdsverloop.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat Nederland verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag.