Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde op 5 februari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 mei 2022. Op 25 april 2024 werd de asielaanvraag door verweerder alsnog ingewilligd. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overwoog dat de beslistermijn op de asielaanvraag in dit geval aanving op 10 maart 2023, na het verstrijken van de overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening. De beslistermijn werd verlengd met negen maanden door de inwerkingtreding van de WBV 2022/22, waardoor de termijn eindigde op 10 juni 2024. De maximale termijn van 21 maanden volgens de Procedurerichtlijn eindigde echter op 29 februari 2024, waardoor de ingebrekestelling van 16 januari 2024 te vroeg was.
Omdat het beroep ingetrokken werd na toewijzing van de asielaanvraag, zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard indien het niet was ingetrokken. Daarom komt het verzoek tot proceskostenvergoeding niet voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen omdat het beroep was ingetrokken na toewijzing van de asielaanvraag.