Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 22 september 2022. Verweerder heeft de asielaanvraag op 18 april 2024 ingewilligd, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank overwoog dat de beslistermijn voor de asielaanvraag aanving op 26 april 2023, nadat duidelijk was dat Nederland verantwoordelijk was voor de behandeling vanwege het niet hervatten van overdrachten aan Italië. De beslistermijn werd verlengd met negen maanden op grond van WBV 2022/22, geldig vanaf 27 september 2022, waardoor de termijn op 26 juli 2024 zou eindigen. De maximale termijn van 21 maanden volgens de Procedurerichtlijn eindigde echter op 22 juni 2024.
De ingebrekestelling van 17 januari 2024 was te vroeg omdat de beslistermijn toen nog niet verstreken was. Het beroep zou niet-ontvankelijk zijn verklaard als verzoeker het niet had ingetrokken. Daarom komt het verzoek om proceskostenvergoeding niet voor toewijzing in aanmerking en wordt het afgewezen als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep te vroeg was ingesteld en het beroep bij intrekking niet ontvankelijk zou zijn geweest.