Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn familieleden in het kader van nareis en verblijf als familie- en gezinslid op grond van artikel 8 EVRM Pro. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit heeft genomen.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna een termijn van twintig weken geldt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van eiser, inclusief griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming bij gezinshereniging en verwijst naar eerdere jurisprudentie die de redelijkheid van de opgelegde termijnen ondersteunt. De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.