Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende op 13 mei 2024 een asielaanvraag in. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat er in België problemen zijn met de opvang van niet-kwetsbare asielzoekers, waardoor hij geen toegang tot basisvoorzieningen zou hebben en materiële deprivatie zou ondervinden. Hij verwees naar eerdere uitspraken waarin opvangtekorten werden vastgesteld en stelde dat toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening op zijn situatie passend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat België in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. De situatie in België is niet vergelijkbaar met die in Griekenland, waar de opvangproblematiek ernstiger is. De rechtbank stelde vast dat eiser eerder opvang heeft ontvangen en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer geen opvang zal krijgen.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van een fundamentele systeemfout die zwaarwegend genoeg is om toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro te rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid België wordt ongegrond verklaard.