Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiseres 1,
[naam 2] , eiseres 2,
hierna gezamenlijk te noemen: eiseressen,
Rechtbank Den Haag
Eiseressen, twee nichtjes uit Kameroen, vroegen om een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid bij hun tante (referente) in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat zij in Kameroen een onaanvaardbare toekomst hadden en omdat er geen hechte persoonlijke banden waren zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister zijn beoordelingsruimte terecht heeft benut. Hoewel de grootmoeder van eiseressen hen verzorgt en de situatie in Kameroen moeilijk is, is onvoldoende aangetoond dat zij geen aanvaardbare toekomst hebben. De minister mocht ook aannemen dat de grootmoeder, ondanks haar leeftijd, emotionele zorg kan blijven bieden met hulp van eiseressen en de tante op afstand.
Verder stelde de rechtbank vast dat er geen sprake is van hechte persoonlijke banden of bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseressen en hun tante en oom, mede doordat zij niet in gezinsverband hebben samengewoond en de grootmoeder de primaire verzorger is. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro is daarom terecht niet in het voordeel van eiseressen uitgevallen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseressen tegen de afwijzing van hun verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard.