ECLI:NL:RBDHA:2024:14190
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na gegrondverklaring bezwaar tegen niet tijdig besluit verblijfsmachtiging
Verzoekster is in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig heeft beslist op haar bezwaarschrift tegen de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat verzoekster in beroep was gegaan, heeft de Staatssecretaris haar bezwaar gegrond verklaard en het beroep ingetrokken.
De rechtbank beoordeelt het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, is de Staatssecretaris gehouden de proceskosten te vergoeden. De vergoeding wordt vastgesteld op een vast bedrag van € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een wegingsfactor van 0,5.
Daarnaast heeft verzoekster vrijstelling van griffierecht gekregen wegens betalingsonmacht, waardoor de Staatssecretaris niet gehouden is het griffierecht te vergoeden. De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van de proceskostenvergoeding aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoekster.