ECLI:NL:RBDHA:2024:14265
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000 ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie legde op 8 augustus 2024 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, dat tevens werd aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 27 augustus 2024.
Eiser voerde aan dat de minister niet had voldaan aan de informatieplicht uit artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat hij slechts een algemene informatiefolder had ontvangen zonder mondelinge toelichting op de specifieke gronden van bewaring. De rechtbank stelde vast dat de minister wel een informatiefolder in het Arabisch had uitgereikt en deze mondeling had toegelicht, maar dat de folder geen specifieke gronden vermeldde, waardoor niet volledig aan de informatieplicht was voldaan.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat deze schending niet leidde tot onrechtmatigheid van de bewaring, omdat eiser tijdens het gehoor met behulp van een tolk wel geïnformeerd was over de gronden en de mogelijkheid tot kosteloos beroep. Daarnaast was er een zwaarwegend belang van de minister vanwege het onttrekkingsrisico. De wens van eiser om naar Frankrijk te gaan, kon geen ander oordeel rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.