ECLI:NL:RBDHA:2024:14283
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overnameverzoek minderjarige vreemdeling op grond van Dublinverordening bevestigd
Eiser, een minderjarige Somalische vreemdeling verblijvend op Cyprus, heeft een verzoek om internationale bescherming ingediend en wenste bij zijn Nederlandse oom te verblijven. Cyprus diende op grond van de Dublinverordening meerdere overnameverzoeken in bij Nederland, die allen werden afgewezen door de minister vanwege onvoldoende bewijs van de familierechtelijke relatie.
De rechtbank oordeelt dat de weigering van het overnameverzoek een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het beroep tegen dit besluit ontvankelijk is, ondanks dat het beroep te laat werd ingesteld. De termijnoverschrijding wordt verschoonbaar geacht vanwege het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing in het besluit en de bijgevoegde brief.
De inhoudelijke beoordeling leidt tot de conclusie dat het DNA-onderzoek en overige documenten onvoldoende bewijs leveren voor de familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn oom. De minister heeft dit gemotiveerd toegelicht en de rechtbank volgt dit standpunt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het overnameverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de familierechtelijke relatie.