ECLI:NL:RVS:2014:2982
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift ondergrondse afvalcontainers
Het algemeen bestuur van de bestuurscommissie Oost heeft bij besluit van 10 juli 2012 een locatie aangewezen voor de plaatsing van vijf ondergrondse afvalcontainers aan de Oostelijke Handelskade te Amsterdam. Appellant A maakte hiertegen bezwaar met een bezwaarschrift van 18 januari 2013, dat door het bestuur niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Appellant A stelde dat de termijnoverschrijding te wijten was aan het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing bij de bekendmaking van het besluit, waardoor hij niet tijdig wist dat bezwaar schriftelijk moest worden ingediend. De Raad van State overweegt dat het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing in beginsel leidt tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, tenzij aannemelijk is dat appellant tijdig op de hoogte was van de bezwaarprocedure.
Aangezien appellant A niet werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener en er geen andere aanwijzingen zijn dat hij tijdig bekend was met de termijn, acht de Raad van State de termijnoverschrijding verschoonbaar. Het beroep van appellant B wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift van appellant A.
De Raad van State vernietigt het besluit van 10 september 2013 voor zover het de niet-ontvankelijkverklaring betreft en gelast het bestuur opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellant A. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant A vergoed.
Uitkomst: Het besluit dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding wordt vernietigd en het bestuur dient opnieuw te beslissen.