ECLI:NL:RBDHA:2024:1451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiseres, van Syrische nationaliteit, stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelde het beroep samen met een verzoek om voorlopige voorziening, waarbij eiseres niet verscheen.
De rechtbank overwoog dat op basis van Eurodac en eerdere asielaanvragen in Roemenië en Duitsland, alsmede de aanvaarding van het terugnameverzoek door Roemenië, het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiseres voerde aan dat Roemenië pushbacks toepast en dat dit beginsel niet kan gelden, maar verwees slechts naar rapporten en eerdere uitspraken die onvoldoende overtuigend waren.
De rechtbank volgde de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ook ten aanzien van Roemenië geldt, omdat terugkeer via legale inreis plaatsvindt en geen reëel risico op schending van art. 3 EVRM Pro en art. 4 Handvest Pro aannemelijk is gemaakt.
Ook het betoog dat vertaalde Roemeense stukken niet zijn betrokken werd verworpen omdat de inhoud voldoende was meegenomen. De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere individuele omstandigheden zijn gesteld die overdracht aan Roemenië in de weg staan.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.