De minister heeft op 19 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Op 23 augustus 2024 is een overdrachtsbesluit genomen waarbij eiser aan Duitsland zou worden overgedragen. Eiser stelde beroep in tegen beide besluiten en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de piketmelding voor het recht op rechtsbijstand tijdig is gedaan, namelijk kort na het begin van het gehoor op 19 augustus 2024. Eiser is voldoende geïnformeerd dat het gehoor ook de volgende dag met een advocaat kon plaatsvinden, hetgeen eiser bewust heeft afgewezen. De rechtbank vindt geen schending van het recht op rechtsbijstand.
Verder concludeert de rechtbank dat de maatregel van bewaring aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voldoet en dat het beroep tegen het overdrachtsbesluit ongegrond is, mede omdat eiser geen aanvullende gronden heeft aangevoerd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.