ECLI:NL:RBDHA:2024:14971
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser betwist dat Kroatië verantwoordelijk is en stelt dat Griekenland dit is, omdat hij daar eerder asiel heeft aangevraagd en een terugkeerbesluit ontving. De rechtbank constateert dat deze informatie niet in het claimverzoek aan Kroatië is vermeld, wat in strijd is met de Dublinverordening. Desondanks leidt dit niet tot het nietig verklaren van het claimakkoord, omdat Kroatië het verzoek heeft geaccepteerd en toegang heeft tot relevante Eurodac-gegevens.
Eiser voert verder aan dat Kroatië niet langer kan worden vertrouwd vanwege lage inwilligingspercentages, mogelijke pushbacks en slechte opvang. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede gelet op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het AIDA-rapport 2023. Er is onvoldoende bewijs voor structurele tekortkomingen of een reëel risico op schending van mensenrechten.
Ook de persoonlijke omstandigheden van eiser rechtvaardigen geen uitzondering op de overdracht. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen en dat overdracht aan Kroatië kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de minister mag de asielaanvraag niet in behandeling nemen; overdracht aan Kroatië blijft mogelijk.