Uitspraak
.RECHTBANK DEN HAAG
en
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Zij stelden dat Kroatië niet betrouwbaar is vanwege pushbacks, slechte opvang en onvoldoende medische zorg, vooral gezien de kwetsbare gezondheid van eiser 1.
De rechtbank overwoog dat de minister in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eisers moesten aannemelijk maken dat zij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico lopen op schending van hun rechten, wat niet is gelukt. De aangevoerde informatie over pushbacks en opvangtekorten was onvoldoende concreet en overtuigend.
Ook de medische situatie van eiser 1 werd beoordeeld; hoewel hij astma en COPD heeft, was er geen bewijs dat specialistische zorg of voorzieningen in Kroatië ontbreken. De minister hoefde geen aanvullende garanties te vragen. Ten slotte werd het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening verworpen omdat persoonlijke omstandigheden en familiebanden onvoldoende bijzondere omstandigheden vormden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het besluit en liet de overdracht aan Kroatië toe. Eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen blijft in stand.