ECLI:NL:RBDHA:2024:15317
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is sinds 15 juni 2024 in bewaring genomen op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft de rechtbank op 6 september 2024 geïnformeerd over de voortduring van deze maatregel, waarna de rechtbank een rechtmatigheidsbeoordeling verrichtte. Eiser heeft het beroep ingesteld tegen de voortzetting van de bewaring en stelde dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, onder meer vanwege het ontbreken van een geplande presentatie en het annuleren van een eerdere vlucht.
De rechtbank overweegt dat de minister sinds het sluiten van het vorige onderzoek viermaal heeft gerappelleerd op de laissez-passer aanvraag, meerdere vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd en een vlucht gepland staat op 21 september 2024. De nationaliteit van eiser is bevestigd en er zijn geen aanwijzingen dat een laissez-passer niet zal worden afgegeven. Tevens weegt de rechtbank mee dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting.
De rechtbank concludeert dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de voortzetting van de maatregel rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.