ECLI:NL:RBDHA:2024:15318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsing in Handhavings- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser is door het COa geplaatst in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege gedragingen met grote impact, waaronder agressie en het overtreden van huisregels. De minister legde een vrijheidsbeperkende maatregel op op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen beide besluiten.
De rechtbank oordeelt dat het COa voldoende en gemotiveerd heeft gehandeld. Het incident waarbij eiser fysiek agressief was tegen personeel is aannemelijk vastgesteld op basis van meerdere verklaringen. Eiser heeft geen nieuwe of gewijzigde medische omstandigheden aangevoerd die plaatsing in de HTL zouden verhinderen. Het GZA heeft voorafgaand aan de eerste maatregel medisch akkoord gegeven voor plaatsing, en dit akkoord blijft van kracht.
De rechtbank benadrukt dat de HTL-maatregel een bestuursrechtelijke ordemaatregel is en geen strafrechtelijke sanctie, waardoor er geen sprake is van dubbele bestraffing. De motivering voor het opleggen van de maatregel is uitgebreid en sluit aan bij eerdere incidenten en genomen lichtere maatregelen die onvoldoende effect hadden.
Ten aanzien van de leefbaarheid, veiligheid en de inbreuk op het recht op privéleven oordeelt de rechtbank dat de maatregel proportioneel is en niet in strijd met het EVRM. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard.