Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Verweerder hanteert het fifo-principe en heeft de aanvraag inmiddels in behandeling genomen, maar de beslistermijn is overschreden.
De rechtbank stelt vast dat eiseres verweerder rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld en het beroep terecht is ingediend. Eiseres verzoekt om een beslistermijn van acht weken, subsidiair zestien weken, gezien de situatie van haar en haar kinderen die in Iran verblijven op tijdelijk visum en de vrees voor terugkeer naar Afghanistan.
Verweerder vraagt om twintig weken vanwege herstel verzuim en nader onderzoek, waaronder een DNA-onderzoek. De rechtbank acht zestien weken passend, omdat verweerder onvoldoende concreet heeft toegelicht waarom eerst op het herstel verzuim moet worden gewacht.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen.