ECLI:NL:RBDHA:2024:15550
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag beroepsmilitair wegens bezit harddrugs buiten diensttijd bevestigd
Eiser, een beroepsmilitair, werd op 25 mei 2021 aangesteld bij het Commando Landstrijdkrachten. Tijdens een evenement werd bij hem een zakje amfetamine gevonden, waarna hij op 28 januari 2023 werd aangehouden en verhoord door de Koninklijke Marechaussee. Na een disciplinair onderzoek en schorsing besloot de staatssecretaris van Defensie hem op 5 juli 2023 te ontslaan wegens wangedrag buiten diensttijd.
Eiser voerde aan dat hij het zakje drugs van een vriend had afgepakt om te voorkomen dat het de concertzaal binnengesmokkeld zou worden en dat hij het aan de beveiliging had getoond voordat hij het weggooide. Deze verklaring werd ondersteund door een vriend en een collega-militair. Eiser stelde dat verweerder de feiten niet zorgvuldig had onderzocht en het vertrouwensbeginsel had geschonden omdat hem de indruk was gegeven dat de zaak was afgedaan.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van eiser niet geloofwaardig was, mede omdat hij tegenover de Marechaussee een andere verklaring had gegeven en het cruciale aspect van zijn rechtvaardiging pas later noemde. De verklaring van de vriend werd door de rechtbank als weinig betrouwbaar beoordeeld. De verklaring van de beveiliger, die eiser betrapte met het zakje en zag dat hij het probeerde te verstoppen, werd als geloofwaardig beschouwd. Het zero tolerance drugsbeleid van verweerder werd als redelijk en proportioneel beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het ontslag wegens bezit van harddrugs wordt ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.