Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 31 juli 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister moest binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen. Deze termijn verstreek op 31 oktober 2023 zonder besluit. Eiser stelde de minister rechtsgeldig in gebreke en startte beroep wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank wijkt af van het 8+8-wekenmodel en stelt een termijn van acht weken voor de minister om alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500.
De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 1 oktober 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.