Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22131
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd maar nog niet inhoudelijk heeft beoordeeld. Gezien de bijzondere aard van nareisaanvragen bij asielhouders, legt de rechtbank op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn op van acht weken, die kan worden verlengd tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag overschrijding van de beslistermijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.