Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22789
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn familieleden. De aanvraag werd ingediend op 11 augustus 2023, waarna de minister de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 9 februari 2024 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiser stelde de minister op 20 april 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 30 mei 2024 het beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Gezien de bijzondere omstandigheden rond aanvragen tot gezinshereniging bij asielvergunninghouders, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden aan eiser toegekend. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van €437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en toekenning van proceskosten.