ECLI:NL:RBDHA:2024:15833
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening Zweden
Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit besluit is gebaseerd op het Eurodac-systeem waaruit blijkt dat eiser eerder in Zweden asiel heeft aangevraagd. Zweden heeft het verzoek tot terugname geaccepteerd.
Eiser betoogt dat er sprake is van systematische tekortkomingen in de Zweedse asielprocedure, onderbouwd met documenten en jurisprudentie, en vreest indirect refoulement en onrechtmatige behandeling. De rechtbank constateert een formeel gebrek in het besluit, maar acht dit niet schadelijk voor eiser. De rechtbank bevestigt het interstatelijk vertrouwensbeginsel en oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zweden zijn verdragsverplichtingen niet zal nakomen.
De rechtbank toetst terughoudend aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening en concludeert dat verweerder terecht het besluit heeft genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-inhoudelijk behandelen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.