ECLI:NL:RVS:2024:3527
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 25 maart 2024 besloten om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 april 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat er sprake is van een systeemfout in de asielprocedure in Zweden, omdat de Nederlandse en Zweedse autoriteiten dezelfde bronnen verschillend interpreteren met betrekking tot de veiligheidssituatie in Syrië. De Raad van State verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 30 november 2023, waarin is bepaald dat meningsverschillen tussen lidstaten over de beoordeling van internationale bescherming niet automatisch duiden op systeemfouten.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank een juiste uitleg heeft gegeven van het begrip systeemfout en dat de argumenten van de vreemdeling niet leiden tot vernietiging van het vonnis. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.