Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27913
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in de procedure toegang en verblijf. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak deed.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegekend. De aanvraag is ingediend op 13 oktober 2023, en verweerder had uiterlijk op 11 april 2024 moeten beslissen, maar heeft dat nagelaten. Eisers hebben verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld op 5 juni 2024 en het beroep is tijdig ingediend op 10 juli 2024.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van de Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50 aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.