ECLI:NL:RBDHA:2024:16071
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. Verweerder heeft nagelaten binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit te nemen. Hierdoor is het beroep tijdig ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat het niet tijdig nemen van het besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een langere beslistermijn op dan de standaard twee weken.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.