ECLI:NL:RBDHA:2024:16075
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn van maximaal 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
Verweerder voert aan dat de aanvraag volgens het fifo-principe pas in mei 2025 in behandeling wordt genomen en verzoekt om aanhouding van het beroep of een ruime beslistermijn en een lagere dwangsom. De rechtbank wijst dit af en stelt dat aanhouding niet passend is gezien de aard van het rechtsmiddel en het ontbreken van overmacht.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van acht weken na verzending van deze uitspraak vast, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens legt zij een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €437,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig genomen besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.