ECLI:NL:RBDHA:2024:16082
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor drie personen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is, omdat de beslistermijn van 90 dagen plus verlenging van drie maanden is overschreden zonder besluit.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €437,50 en vergoeding van het griffierecht van €187.
De uitspraak verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin de bijzondere omstandigheden rond aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning zijn toegelicht. De rechtbank benadrukt het belang van tijdige besluitvorming en handhaaft de sancties om naleving af te dwingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.