Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.32358
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak deed.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn van verweerder was verstreken zonder besluit, ondanks een geldige ingebrekestelling door eiseres. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het beroep tijdig ingediend en gegrond verklaard. De rechtbank legde een termijn van acht weken op voor het nemen van een besluit, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €7.500, en tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 aan eiseres. Tevens werden de proceskosten van €437,50 aan eiseres toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 1 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen acht weken een besluit nemen en wordt veroordeeld tot betaling van dwangsommen en proceskosten.