Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.33208
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor gezinsleden. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak doet.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht. De aanvraag werd op 1 februari 2024 ingediend en verweerder had uiterlijk 1 augustus 2024 moeten beslissen, maar heeft geen besluit genomen. Eiser stelde verweerder op 2 augustus 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat de situatie een bijzonder geval betreft, waarbij een langere beslistermijn dan twee weken passend is. Verweerder moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak beslissen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en stelt vast dat verweerder reeds €1.442 aan dwangsommen heeft verbeurd. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €437,50 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.