Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27961
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 15 december 2023, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd. Verweerder had uiterlijk op 14 mei 2024 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eisers stelden verweerder rechtsgeldig in gebreke op 24 juni 2024 en dienden op 10 juli 2024 tijdig beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50. Het vonnis is gewezen door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt op 1 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en veroordeling tot betaling van bestuurlijke dwangsommen en proceskosten.