ECLI:NL:RBDHA:2024:16152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 28 augustus 2023 en verweerder had uiterlijk 26 februari 2024 moeten beslissen. Na een ingebrekestelling op 2 maart 2024 en het verstrijken van de wettelijke termijn werd het beroep op 1 april 2024 tijdig ingediend. De rechtbank acht het beroep gegrond en stelt een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak voor het nemen van een besluit, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van de termijn en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw op 7 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en proceskosten.