Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiseres] (h.o.d.n. [handelsnaam] ), uit [woonplaats] , eiseres
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Inleiding
€ 9.340,50.
Rechtbank Den Haag
Eiseres exploiteert een melkveehouderij en kreeg een boete opgelegd wegens overschrijding van de reguliere gebruiksnorm dierlijke meststoffen in 2019. De derogatievergunning werd ingetrokken vanwege het niet voldoen aan meerdere voorwaarden, waaronder een onjuiste voorraadopgave mest en het niet bijhouden van een inzichtelijke administratie.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen de intrekking van de derogatievergunning niet aan haar toekomt en beperkt zich tot de beoordeling van de boete. Eiseres betoogt dat de boete onevenredig is, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar de rechtbank oordeelt dat deze zaak niet vergelijkbaar is vanwege frauduleus handelen en meerdere overtredingen.
Verweerder handhaaft de boete en wijst op het boetebeleid 2019 en de voorwaarden uit de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. De rechtbank concludeert dat de boete passend en noodzakelijk is en dat de matigingsgronden niet slagen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de boete blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de bestuurlijke boete van €9.340,50 wegens overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen en verklaart het beroep ongegrond.