Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
€ 7.500,-.
Beslissing
N. Ouahim, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 14 mei 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden, verlengd met negen maanden wegens een grote toestroom van aanvragen, een besluit genomen. Eiser heeft de minister op 15 augustus 2024 in gebreke gesteld en vervolgens op 30 augustus 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn op 14 augustus 2024 is verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Het beroep is daarom kennelijk gegrond. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 7.500,- als de minister niet binnen zestien weken na uitspraak alsnog een besluit neemt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en is openbaar gemaakt. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.