ECLI:NL:RBDHA:2024:16226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis van twee personen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend, maar de rechtbank oordeelt dat sprake is van een bijzonder geval waarbij de beslistermijn verlengd moet worden tot vier weken na verzending van deze uitspraak.
De rechtbank baseert zich op eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat bij aanvragen om gezinshereniging van houders van een asielvergunning een langere beslistermijn gerechtvaardigd is. Verweerder wordt veroordeeld om binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen en een dwangsom van € 100 per dag op te leggen bij overschrijding, met een maximum van € 7.500.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en moet het betaalde griffierecht worden vergoed. Het beroep is tijdig ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en openbaar gemaakt op 2 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.