Uitspraak
Artikel 5.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb)
1.ECLI:NL:RVS:2023:2353
Voortvarendheid
2.ECLI:NL:RVS:2024:777
Conclusie
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, betwistte de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring opgelegd op 11 september 2024 en stelde dat de omzetting van een eerdere maatregel te laat had plaatsgevonden, waardoor hij onrechtmatig in bewaring zou zijn geweest. De rechtbank overwoog dat een gebrek aan de eerdere maatregel niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de huidige maatregel, tenzij sprake is van een ernstige schending van fundamentele rechten. Omdat de onrechtmatigheid van de vorige maatregel niet in rechte was vastgesteld, kon deze niet doorwerken in de huidige maatregel.
Eiser voerde ook aan dat de minister niet had voldaan aan de informatieplicht volgens artikel 5.3, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat de informatiefolder niet in het dossier zat. De rechtbank stelde vast dat eiser voorafgaand aan de maatregel in begrijpelijke taal en met tolk was geïnformeerd, en dat het ontbreken van de folder in het dossier geen ernstige schending opleverde.
De rechtbank achtte de zware gronden voor bewaring (3a, 3b en 3c) feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Eiser had Nederland niet op de voorgeschreven wijze binnengekomen, zich aan toezicht onttrokken en was op de hoogte van een terugkeerbesluit. Het zicht op uitzetting naar Algerije binnen redelijke termijn was aanwezig, mede omdat de Algerijnse autoriteiten de nationaliteit hadden bevestigd en een presentatie gepland stond.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld, ook al waren na oplegging van de maatregel weinig uitzettingshandelingen verricht, omdat voorafgaand al vertrekgesprekken en planning hadden plaatsgevonden. Het beroep op een lichter middel faalde omdat de minister aannemelijk had gemaakt dat detentie noodzakelijk was gezien het risico op onttrekking en dat de medische situatie van eiser geen aanleiding gaf tot een lichter middel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.